Van Nellie’s Tuinbank: Ballet voor een pindakaaspot

HoutduifHet is winter, maar toch ook weer niet. Ik zit achter het raam en niet op de tuinbank te kijken naar de vogels in de tuin. De vogels zijn gewend dat er voer te vinden is. Op de grond ligt strooizaad. Aan een tak van de seringenboom is een houder vastgespijkerd voor een pot met vogelpindakaas. Ook bengelt aan een ketting een voederkorf met een plateau eronder om op te zitten en een dakje erboven, zodat het zaad niet nat regent.

Af en toe wordt er nog een half rot appeltje bij gelegd voor de merels. Echt honger zullen de tuinvogels in deze winter niet hebben, maar ze zijn gewend dat er iedere morgen weer voorraad is. Een beetje lui zijn onze tuinvogels dus wel, want dat hebben wij ze gemaakt. Het blijft boeiend om te kijken hoe het gedrag is van de verschillende vogels, hoe ze op elkaar en op het voer reageren.

Voor de keukendeur ‘s morgens opengaat zit de houtduif al te wachten op een tak van de seringenboom. De houtduif is op de grond altijd het eerst aan de beurt als er gevoerd is en verdraagt geen andere vogels.

TortelduivenDe turkse tortels zijn meestal met z’n tweeën. Het lijkt een paar, maar een nest hebben we in de tuin nog niet gevonden. Vaak probeert ook een derde vogel op de grond een hapje mee te pikken, maar dat wordt niet geduld. Met veel vleugelgewiek en kwaad gekir wordt deze vogel weggejaagd. Als je goed kijkt, blijkt het beest ook een mankement aan een van de pootjes te hebben. Dit exemplaar mag niet zomaar aanschuiven. Het moet op zijn beurt wachten. De twee tortelduiven proberen ook vaak samen op de rand van de voederkorf te balanceren. Ze vliegen nooit tegelijk weg, dus er blijft er altijd één achter, die akelig scheef komt te hangen. Van eten uit de korf komt meestal weinig.

Het is best bijzonder dat er in onze kleine stadstuin bijna iedere dag een groepje van acht huismussen op de grond komt eten. Deze soort heeft het moeilijk en is de laatste jaren in aantal sterk achteruitgegaan. Ze maken er samen met de huismuizen vaak een gezellig eetfestijn van bij het graan op de grond. Een enkele vink mag ook wel eens mee doen. Wat zijn de mannetjes toch mooi rood gekleurd! In de stille uurtjes neemt een heggenmus genoegen met de restjes op de grond.

SpechtOp een dag zit er ook een klein groepje groenlingen op de rand van de voederkorf. Ze zijn erg schuw. Een kleine beweging achter het raam schrikt ze al op. Vanaf je stoel kun je met het blote oog prachtig de kleurverschillen zien tussen de mannetjes en de vrouwtjes. Lekker vogelen zo.

Natuurlijk zijn er ook de kool- en pimpelmeesjes bij de voederkorf en de pindakaaspot. De pimpelmeesjes moeten altijd wijken als een koolmees een zaadje wenst te pakken. Een grote bonte specht met een rood petje, dus een mannetje, heeft de pindakaaspot met inhoud verrassend snel ontdekt. Hij blijft soms gewoon op de tak zitten, buigt zijn nek gracieus naar voren en hoeft dan alleen de snavel in de pot te stoppen, als deze nog goed gevuld is. Maar als de inhoud dieper zit, moet hij de lange grijptenen om de rand van de pot klemmen en op de gewone spechtenmanier met de snavel een hap nemen van de pindakaas vermengd met meelwormen. Op de tak wordt het voer naar binnen gewerkt. De snavel wordt altijd nog even nagepoetst langs de tak.

GaaiEen ballet met flapperende vleugels voeren de eksters op. Door snel te wieken met hun vleugels blijven ze nét lang genoeg voor de opening van de pindakaaspot hangen om er een hap uit te kunnen nemen. Het mooiste ballet voor de pindakaaspot wordt echter opgevoerd door een gaai. Snel wiekend met zijn vleugels worden de typische blauwe gaaienveertjes duidelijk zichtbaar. Het is kennelijk een inspannende escapade, want erg vaak komt de gaai niet langs.

Het is elk jaar weer spannend welke vogels de winter goed door zullen komen. Welke vogels gaan broeden in de tuin? En welke zullen wegtrekken en zien we de volgende winter misschien weer terug?

Dit is de derde van een serie natuurcolumns door Nellie Spies-van Rooijen.

Foto’s: Jan Spies

Gepubliceerd op 2 februari 2017