Mensen zijn niet altijd aardig. Ach, meestal valt het best wel mee, maar als het uit de hand loopt met geld, macht, land, ideologie en/of identiteit, gebeuren er nare dingen. Van stammen- tot wereldoorlog: de geschiedenis staat bol van het geweld.

De oudste stad van Nederland heeft hier niet aan kunnen ontkomen. De Romeinen kwamen hier al om te matten met de Germanen, wier afstammelingen in ’40–’45 het meest recente oorlogsgeweld over Nijmegen afriepen.

Het aangezicht van een bastei, door Albrecht Dürer, 1604 (afbeelding: Deutsche Fotothek)

Eeuwenlang heeft de stad geprobeerd zicht te verdedigen met grachten, wallen, poorten en torens. Die verdediging liep meestal achter de ontwikkelingen in het oorlogstuig aan. Toen aarden wallen en houten palissaden niet afdoende bleken, is men de wallen gaan 'verstenen'. Bij de opkomst van het buskruit en het kanon waren nieuwe aanpassingen nodig. Eind 15e, begin 16e eeuw werd de middeleeuwse stadsverdediging gemoderniseerd. Stadsmuren werden verlaagd om minder trefvlak te bieden en verzwaard, zodat ze beter bestand waren tegen inslaande kanonskogels.

Middeleeuwse waltorens staken boven de stadsmuur uit en bleken daardoor ook te kwetsbaar voor kanonvuur. Daarom werden de meeste verlaagd tot de hoogte van de muur, vooral om dienst te kunnen doen als geschutsplatform. Die verlaagde torens noemen we rondelen. Soms werden rondelen ook nieuw gebouwd, en vaak waren ze voorzien van een of twee kazematten: ruimtes met schietgaten voor flankerend vuur langs de stadsmuur en een schietgat dat op het veld gericht is.

In het Nijmeegse Kronenburgpark staat de Kronenburger- of Kruittoren als een trots voorbeeld van een (laat)middeleeuwse waltoren. Even verderop in het park staan de rondelen de Roomsche Voet en de Jacobstoren.

Rondelen bleken een groot nadeel te hebben. Door de ronde of halfronde vorm zijn er blinde hoeken die niet kunnen worden gedekt door flankerend vuur. Een van de mensen die probeerden dit probleem op te lossen, was de beroemde Duitse kunstenaar Albrecht Dürer. In zijn boek Etliche Vnderricht zu Befestigung der Stett Schloss vnd Flecken (1527) publiceerde hij bouwplannen voor een rondeel 'on steroids': een verdedigingswerk dat veel groter is en dat bovendien is voorzien van schietgaten rondom, zodat de vijand vanuit veel meer hoeken kan worden bestookt. Het grondplan is hoefijzervormig, met rechte flanken die taps toelopen naar een halfronde voorkant. Een bastei heeft veel meer schietgaten dan een rondeel. De Stratemakerstoren, de enige bastei die nog bestaat in Nederland, heeft er veertien. Die schietgaten zijn onderling verbonden door een weergang, die uitkomt in twee kazematten.

Dürervesting (bron: WikiMedia Commons)

Dürer was een geniale kunstenaar die niet alleen tekende en schilderde, maar ook vestingwerken ontwierp. Toch heeft ook hij het blinde hoekenprobleem niet kunnen oplossen. Door de ronding aan de voorzijde had een bastei daar nog steeds mee te kampen. Daarnaast bleek het erg duur te zijn om zulke enorme stenen verdedigingswerken te bouwen. Veel basteien zijn er dus niet gebouwd, en de meeste zijn later vervangen door de modernere bastions: die hebben rechte wallen waarlangs geschoten kan worden met kanonnen die elders opgesteld staan.

En dan het woord 'bastei'. Dat lijkt afkomstig uit het Italiaans (bastìa, bastita) of Oudfrans (bastie, wat 'gebouw' betekent). En bastion? 'Bastione' is het Italiaanse vergrootwoord voor 'bastìa'. Veel termen in de vestingbouw zijn uit het Italiaans afkomstig, omdat ze in Italië aan het einde van de Middeleeuwen voorliepen in het ontwikkelen een nieuw verdedigingsstelsel. Dürer was een bereisd man, die ook in Italië was geweest. En wie weet heeft hij daar het idee voor de bastei afgekeken.

Albrecht Dürer, zelfportret (bron: Wikimedia Commons)

Andere betekenissen voor bastei zijn: een rotsformatie in de Duitse streek Saksisch Zwitserland en een verdedigende stand bij het zwaardvechten. Dürer was een enthousiast beoefenaar van deze vechtkunst.

Wie denkt dat het woord 'bastei' verwant is aan 'pastei' (een bladerdeegbaksel met ragoutvulling), legt een etymologisch verband dat niet klopt. Al in de 13e eeuw wordt het woord 'pasteide' gebruikt, wat via het Frans teruggaat op een Latijns woord voor deeg. En zeg nou zelf, een verdedigingswerk van bladerdeeg zou wel een heel erg licht verteerbaar hapje kanonnenvoer zijn!

 
Tekst: Rik Jaspers
Foto's: aangezicht van een bastei, houtsnede op papier door Albrecht Dürer (1504); ontwerp voor een verdedigingwerk, houtsnede van Albrecht Dürer (1527); zelfportret van Albrecht Dürer (Wikimedia Commons)