Sinds 1984 onderzoekt Gerard Dirkse de mosflora van de  Canarische Eilanden. Op zich heeft dat natuurlijk weinig met De Bastei te maken. Het kost geen moeite dat in te zien en een beetje vreemd blijft het misschien. Maar het zit zo. Omdat Gerard het adres van het Natuurmuseum als postadres mocht gebruiken en later ook nog andere voorzieningen, werd – na de fusie – De Bastei zijn zogeheten affiliatie: de instelling die de studie van Canarische mossen gedoogt en faciliteert.

Medewerker De Bastei ontdekt nieuw soort levermos
Levermos

Nieuwe soorten mossen zijn zelden meteen te herkennen. Een soort kan tientallen jaren voor de verkeerde worden aangezien. Van de ene fout naar de andere.

Omstreeks 1960 vond een Zweedse mossenonderzoeker op verschillende plekken op Gran Canaria (Canarische Eilanden, Spanje) een opvallend levermos dat hij – fout – determineerde als de Zuid-Afrikaanse Riccia concava. De fout werd bijna 30 jaar later (1989) ontdekt door mevrouw Sari Perold, de Zuid-Afrikaanse specialist op Riccia. Perold kon echter niet uitmaken welke soort het wel was, omdat de planten te veel waren verschrompeld en zich niet meer voldoende lieten weken. Ze stelde wel vast dat de Canarische planten in de goede groep waren geplaatst: een groep die alleen voorkomt in zuidelijk Afrika.

Na het kritische werk van Perold kregen de riccia’s van Gran Canaria een andere naam: Riccia lamellosa. Die naam was wederom fout, maar bijna niemand sloeg daar acht op. In feite hadden die planten nog geen naam. Daarom begon Gerard een onderzoek om de juiste naam te vinden. Aan het onderzoek namen een mossenkundige deel van de Universiteit van La Laguna (Tenerife) en een van Naturalis (Leiden). Zij bestudeerden het door de Zweedse mossenonderzoeker verzamelde materiaal, bestudeerden verwante soorten (uit Zuid-Afrika en Europa), deden veldonderzoek, bestudeerden vers materiaal en bepaalden van verschillende soorten de basenvolgorde in stukjes DNA uit celkernen en chloroplasten.

Het onderzoek bevestigde de conclusies van Perold : geen Riccia concava; wel verwant aan een groep van exclusief Zuid-Afrikaanse riccia’s. Aangezien de planten van Gran Canaria met geen enkele bekende soort overeen kwamen, moesten zij tot een nieuwe soort behoren. Die werd Riccia boumanii genoemd, naar degene die als eerste inzag dat de riccia’s van Gran Canaria voor de tweede keer fout benoemd waren.

Het verslag van het onderzoek verscheen in mei 2016 in een editie van het Engelse wetenschappelijke tijdschrift Journal of Bryology. Het is te vinden op de website van het Natuurmuseum Nijmegen, onder Collectie, Publicaties.