Na jarenlange voorbereidingen en hard werken is het volgend jaar dan eindelijk zover: in april 2018 opent De Bastei, centrum voor natuur en cultuurhistorie, de deuren aan de Waalkade in Nijmegen. Bij de realisatie van De Bastei zijn zeer veel mensen betrokken. Personen die elk hun eigen expertise en vaardigheden inbrengen. Maak kennis met deze mensen én De Bastei in onze interviewserie 'De Bastei in Beeld'. Deze keer spraken we met Daphne Niehoff, collectiebeheerder van De Bastei.

Teaser Daphne Niehoff. Camera, regie & montage: Maude Rivard-Haustrate

Als ik Daphne Niehoff opzoek in haar domein, het museumdepot van De Bastei, beland ik eerst in een ruimte met werktafels waarin her en der verspreid opgezette dieren staan en hangen, vooral vogels. Samen met alle andere zaken die er staan, vormt de ruimte een in mijn ogen nogal rommelig geheel. Hier wordt gewerkt. Maar dat beeld verandert totaal als Daphne me meeneemt naar het eigenlijke depot, een strak ingerichte ruimte, helemaal gevuld met verrijdbare archiefkasten. Door aan een wiel te draaien opent zich de ruimte tussen twee kasten en wordt er een systematisch geordende wereld zichtbaar van opgezette dieren. Er is een enorme collectie: zoogdieren, vogels, reptielen, vlinders, torren. Er zijn zelfs nog exotische exemplaren, in lang vervlogen dagen meegebracht door missionarissen uit tropische contreien. En een van de kasten bevat een uitgebreid herbarium.

De Bastei in Beeld: Daphne Niehoff
Foto: Rob Alving

Unieke kans

"Het depot blijft hier," zegt ze, "maar verder zal er met de komst van De Bastei veel veranderen. Het Natuurmuseum krijgt een unieke kans en samen zo'n project uitwerken maakt mijn werk extra leuk. Alles en iedereen is er nu op gericht om er iets moois van te maken. Daar krijg je goede zin van.  Waar we vooral mee bezig zijn, is met de invulling van de tentoonstellingsruimte in het nieuwe gebouw. We hebben eerst intensief overlegd met de mensen van 2D3D Design over de inrichting van de ruimte. Er ligt nu een definitief ontwerp op tafel en omdat maten en materialen bekend zijn konden we ook al offertes aanvragen.

In De Bastei is de ruimte beperkt. Daarom is het belangrijk een mooi overzicht over de ruimte te houden. Dus gaan we uit van een laag platform in de vorm van een klaverblad, van een klavertjevier dan wel: elk deelblad stelt een biotoop voor. In de Gelderse Poort kun je vier landschapstypen onderscheiden: om te beginnen de dorpen, dan het watergebied met zijn strangen en plassen, vervolgens het bos en struweel - bijvoorbeeld de ooibossen - en tenslotte het grasland en de ruigte. De presentatie op het platform wordt aangevuld en verdiept met vier tafelvitrines, waarin we bijvoorbeeld eieren kunnen laten zien en sporen, maar ook planten-, vlinder-, en keversoorten. Er is gekozen voor ledverlichting om zo min mogelijk last te krijgen van verkleuring. Nu is de vraag: hoe gaan we de objecten ophangen en vastmaken op het platform?

Vroeger bestond een natuurmuseum vooral uit toonkamers met exotische dieren. De mensen reisden nog niet zo veel en zeker niet zo ver als tegenwoordig, dus de confrontatie met een exotisch dier, zoals een tijger, was een sensatie. Eigenlijk willen we in De Bastei min of meer hetzelfde doen, maar met een ander uitgangspunt: geen toonkamer van uitheemse dieren, maar van diversiteit."

We willen laten zien hoe rijk de fauna  en flora in de Gelderse Poort is. Ook in onze eigen natuur is veel verrassends te ontdekken. Ik denk dat bijvoorbeeld bijna niemand ooit een roerdomp heeft gezien, al was het maar omdat die zich zo goed weet te verbergen, en ook een bever kom je niet elke dag tegen."

Actieve houding

"Nieuw is, dat we de dieren zo veel mogelijk in een actieve houding willen laten zien. Tot nu toe was het vooral van belang dat de dieren zo compact mogelijk werden opgezet in verband met de ruimte in het depot. Dat willen we nu loslaten. Het is veel aantrekkelijker een vogel in de vlucht te laten zien." Ze wijst me op een ekster in het atelier. "Kijk maar eens naar deze ekster: met gespreide vleugels zie je veel beter hoe kleurrijk zo'n op het eerste gezicht zwart-witte vogel eigenlijk is. En kijk eens hoe indrukwekkend een buizerd is, met zijn spanwijdte van meer dan een meter.

De Bastei in Beeld: Daphne Niehoff
Foto: Rob Alving

We weten voor een groot deel al precies wat we willen laten zien. De lijst met vogels en zoogdieren is klaar, alleen moeten we nog kijken naar de vlinders en overige insecten. Dan is de vraag: hebben we het object zelf in huis, kunnen we het lenen van andere musea of kunnen we het grafisch presenteren? Het gevolg van de nieuwe benadering is wel dat we meestal niet zomaar gebruik kunnen maken van de bestaande collectie. Ongeveer alle objecten die we in De Bastei laten zien, moeten speciaal hiervoor geprepareerd worden en dat is een hele klus. Bovendien moeten we de tentoongestelde dieren van tijd tot tijd ontsmetten. Dat betekent dat ze een week de vriezer in gaan, dus dan moet je kunnen rouleren."

Dieren met een verhaal

Het interessants zijn dieren met een verhaal. Zo hebben we bijvoorbeeld Teuntje - ja, we geven ze vaak namen! - een steenmarter die in 1992 gevonden is op de St. Annastraat. Dit dier had een zender om zijn hals en er bestaat ook een onderzoeksrapport over.

Toen was een steenmarter overigens heel uitzonderlijk in de stad. Nu krijgen we heel veel dode steenmarters binnen, want ze hebben zich goed aangepast aan het stedelijke milieu. Laatst hebben we twaalf otters gekregen van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra. Daar waren ook onderzoeksrapporten bij, zodat we precies weten wat ze vlak voor hun dood hadden gegeten en of ze jongen hebben gehad. Een ander voorbeeld is het gallowayrund, dat wij 'Humble van de Groenlanden' noemen, gestorven tijdens het baren. Zo'n achtergrondverhaal maakt van een opgezet dier een echt individu.

Het Natuurmuseum Nijmegen is al jaren  een verzamelpunt van dode dieren; per jaar worden er circa 75 exemplaren gebracht, vooral veel vogels. Ook in De Bastei kun je weer terecht om je dode dier af te staan voor de collectie. Voordat ze de vriezer in gaan, wordt er een intakeformulier*) ingevuld met gegevens als: waar en wanneer gevonden en door wie?

We hebben een groep vrijwilligers die de dieren prepareren en daar zijn we heel blij mee, want het is geen eenvoudig werk. De meesten hebben het hier geleerd en je moet het blijven doen om het in je vingers te houden. De kunst is om de suggestie te wekken dat het dier nog leeft. Daarbij moet je vooral veel aandacht besteden aan de gezichtsuitdrukking en de plaatsing van de ogen. Vaak heb je houvast aan een afbeelding op internet.

De Bastei krijgt een bredere opzet dan het Natuurmuseum en wil de bezoekers ook stimuleren de natuur in te trekken. Ik hoop dat we daarmee tevens een breder publiek kunnen bereiken, zodat meer mensen de prachtige natuur dicht bij huis gaan ontdekken."

Tekst: Jos Schoots

*) Het intakeformulier is straks verkrijgbaar bij de balie van De Bastei of via onze website