Na jarenlange voorbereidingen en hard werken opende De Bastei, centrum voor natuur en cultuurhistorie, op 19 mei 2018 de deuren aan de Waalkade in Nijmegen. Bij de realisatie van De Bastei zijn zeer veel mensen betrokken. Personen die elk hun eigen expertise en vaardigheden inbrengen. Maak kennis met deze mensen én het gebouw in onze interviewserie 'De Bastei in Beeld'. Deze keer spraken we met Marlène van Gessel en Marc van Roosmalen, de architecten van De Bastei.

Sinds De Bastei gereed is, heb ik bij mijn rondleidingen niets dan enthousiasme ervaren. Het gebouw spreekt iedereen meteen aan (behalve dan die ene man die de glazen erker een vloek vond, maar die was dan ook van mening dat er sinds de gotische kathedralen niets behoorlijks meer gebouwd is). Tijd om kennis te maken met de architecten, Marlène van Gessel en Marc van Roosmalen. We hebben afgesproken op de Valkhofheuvel, bij de Sint-Nicolaaskapel. Vandaaruit leiden zij mij rond om de omgeving en het gebouw van alle kanten te bekijken. Daarmee nemen ze de regie over ons gesprek strak in eigen handen. Meestal doet Marc het woord, Marlène vult aan, nuanceert, corrigeert.

Marc van Roosmalen & Marlène van Gessel (foto: Luc van Roosmalen)
Foto: Luc van Roosmalen

"Hier hebben we vaak gestaan," zeggen ze, "op deze plek is de kiem van het ontwerp gelegd, terwijl we stonden te kijken naar de Stratemakerstoren. Als je meerdere keren op dezelfde plek bent, gebeurt er iets. Soms ben je er alleen, soms in gesprek met anderen. Zo maak je je de plek eigen, krijg je er een relatie mee, en met de geschiedenis die erin besloten ligt. De opgave was om het programma van eisen te realiseren maar ook om de kwetsbare toren te beschermen tegen de elementen en hem zijn dominantie weer terug te geven."

"Bij een verdedigingstoren past geen ingang aan de front- of aanvalszijde, aan de Waalkade. En als je naar de verkeersstroom keek, paste ook een ingang aan de achterkant niet omdat deze uit het zicht en uit de loop lag; de loop van het publiek ging van de Waalkade rechtstreeks de Veerpoorttrappen op. Terzijde daarvan, aan de andere zijde van de Groene Balkonmuur, lag een vergeten terrein met daarop een trafogebouw. We kwamen al snel tot de conclusie dat juist dit een mooie plek zou zijn voor de entree. Vervolgens rijst de vraag: hoe koppel je die nieuwe entree aan het hoofdgebouw? Dat kon alleen door onder de straat door te gaan. Een voordeel is, dat er zo een duidelijke scheiding ontstaat tussen het vrij toegankelijke entreegebouw met het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer, en het gedeelte van De Bastei waarvoor een toegangsprijs geldt."

We kijken uit op het dakpaviljoen met zijn karakteristieke vorm, afgewerkt met hout dat in de loop der tijd zal vergrijzen. "Omdat het dakvlak goed zichtbaar is vanuit de omgeving hebben wij geprobeerd van de bovenkant van het gebouw een ruimte te maken in een eigenzinnige vormgeving, waar je met plezier naar kijkt. Als je goed kijkt zie je allemaal schuine vlakken in verschillende richtingen, als facetten van een edelsteen. De installaties zijn allemaal achter de houten huid verborgen, en vormen één geheel met het museumcafé. Daardoor komt het dakpaviljoen ook los van de toren en blijft het volume van de toren heel."

We lopen de heuvel af door het enigszins verwilderde park en komen uiteindelijk uit bij de voorzijde van De Bastei. Je ziet dat de Waalkade oorspronkelijk lager heeft gelegen. "We hebben de grond rond de voet van de toren laten ontgraven, zodat de schietgaten weer zichtbaar zijn. Het massieve van de gevel hebben we wat gerelativeerd door er openingen in te maken, zoals bij oude gebouwen, waar je de kortelinggaten vaak nog kunt zien. Dat zijn gaten waarin tijdens de bouw de korte balken voor een werksteiger in de muur werden gestoken."

Schets verlaging maaiveld aan de Waalkade, Van Roosmalen van Gessel Architecten, 2014
Schets verlaging maaiveld aan de Waalkade, Van Roosmalen van Gessel Architecten, 2014

"Voor een museum is een dichte gevel meestal ideaal. Je krijgt dan een black box die je naar believen kunt inrichten én kunt uitlichten. Wij hebben echter bewust gekozen om die geslotenheid op één punt te doorbreken met een glazen erker. Dat is een verwijzing naar de oorspronkelijke toren, waar een uitkragend arkeltorentje op stond, een klein uitkijktorentje voor een wachtpost. Maar onze nieuwe uitkijkpost heeft ook te maken met de functie van het museum, een centrum dat sterk verbonden is met de Waal. Vanuit de glazen erker heb je een panoramisch uitzicht op de rivier en het betreden van de doorzichtige vloer is een aparte belevenis. Vroeger bood het arkeltorentje beschutting, maar nu is de erker ook een etalage, en tegelijkertijd als er 's avonds licht in brandt werkt deze als een lantaren."

We betreden het entreegebouw, dat royaal en gastvrij is opgezet. Het oplopende dak met achterin een entresol werkt ruimtelijk. Het daklicht boven de balie laat niet alleen licht binnen, maar ziet ook uit op de Sint-Nicolaaskapel en legt zo een verrassend verband met buiten. Na een afdaling vervolgt de route door de archeologische resten van verschillende tijdperken over een vloer van kleine, donkere steentjes.

"We vonden dat die niet mochten concurreren met het oude muurwerk. De manier waarop de robuuste archeologische resten zijn ingepast in het gebouw, zorgt voor klim- en klauterroutes die steeds andere gezichtspunten opleveren."

Je krijgt hier het gevoel dat je alles mag aanraken. We proberen de mensen uit te nodigen tot dwalen, tot ontdekken. Op vakantie vinden de meeste mensen dat heerlijk. Waarom zouden ze dat hier niet willen?"

We zien dat de kanonsgang op dit moment nog ingericht wordt met objecten en beelden. We hopen dat die inrichting sober blijft, zodat de sfeer van deze gewelfde ruimte behouden blijft. Dan belanden we in de ruimte waar de geologie en paleontologie zich bevinden. "Precies goed, de prehistorie op het laagste niveau", vinden zij. Ze laten zien dat wat nieuw is in het gebouw, los van het oude muurwerk is opgelegd. "Dan plakt het niet aan elkaar. De hoofdroute loopt via de trappen van geroest staal, een slank en sterk materiaal en doordat de gevouwen treden zijn ingesneden, komen ze ogenschijnlijk nog wat meer los van het historisch muurwerk."

Expositieruimte begane grond (foto: Van Roosmalen van Gessel)
Expositieruimte begane grond (foto: Van Roosmalen van Gessel)

"De Arkelzaal, waarin de wisseltentoonstellingen worden gehouden, is de grootste ruimte, met de geheel glazen erker als een beloning voor je tocht door het gebouw. Je beweegt je gemakkelijker horizontaal dan verticaal door een gebouw. Hier moesten we echter woekeren met de ruimte en zijn het vijf verdiepingen geworden, maar het dakterras is op zich al de moeite waard."

Terwijl we daar genieten van het uitzicht en een kop koffie, praten we nog wat na over alles wat we gezien hebben. "Deze plek, onder aan de Valkhofheuvel, heeft ons enorm geïnspireerd. Dat het gebouw zo geworden is als het nu is, kon bijna niet anders. Was het niet Michelangelo die zei dat het beeld dat hij gemaakt had, al aanwezig was in het blok marmer dat hij bewerkte? Dat hij het alleen nog maar vrij hoefde te hakken? Zoiets. In dit gebouw ga je terug in de tijd, maar we wilden er tegelijkertijd ook iets ravissant moderns van maken. Dat contrast vinden we spannend en zorgt voor een zekere tijdloosheid. We verwachten dat de factor tijd in het voordeel van De Bastei zal werken, dat de veroudering het gebouw verrijkt. Daar hebben we op geanticipeerd. Hier op het terras kun je dat goed zien: de vergrijzende houten latten, maar ook de frisrode bakstenen van de balustrade, die net als de gevel gevoegd zijn in een zeer ongebruikelijke oranje kleur. De stenen zullen in de loop der tijd donkerder worden, maar toch blijft het geheel daardoor helder. Of neem de tegels onder onze voeten, als ze nat worden, worden ze niet zwart, maar blijven ze warm van kleur."

Zo zit het gebouw vol van doordachte details. Ik kan onmogelijk alle bijzonderheden beschrijven waar Marc en Marlène mij tijdens onze rondgang op gewezen hebben. Verschillende keren vroegen ze mij: "Wat zie je hier?" en steevast antwoordde ik iets anders dan dat waar zij mijn aandacht op wilden richten. Ik kom erachter dat in Cruijffs uitspraak 'Je ziet het pas als je het doorhebt' een diepe wijsheid schuilt. Toen we onderaan de Veerpoorttrappen stonden en de Lange Baan inkeken, maakten zij mij er bijvoorbeeld op attent dat de oplopende en smaller wordende straat een sterk perspectivisch effect heeft. Zij hebben dat nog versterkt door de kolommen onder het overstek van de gevel van het entreegebouw vanaf dat punt steeds net iets dichter bij elkaar te plaatsen. Het zou me nooit zijn opgevallen. Toch denk ik dat dit soort details ook voor de argeloze toeschouwer sterk bijdraagt aan de beleving van de ruimte.

De Bastei is een zeer modern gebouw geworden, waarin je niettemin de geschiedenis volop beleeft, een gebouw vol verrassingen, waarin je kunt verdwalen en je toch vertrouwd voelt.

Tekst: Jos Schoots
Interview: 17 september 2018