Marc en Marlène maken... een museum
Op vrijdag 27 januari jl. kwamen de twee architecten van De Bastei op bezoek, Marc van Roosmalen en Marlène van Gessel. Speciaal voor de publieksvrijwilligers van De Bastei waren zij uit Delft afgereisd om het verhaal van de plannen, het ontwerp en de bouw te vertellen. Hun bezoek trok maar liefst 32 deelnemers. Niet eerder zijn er zoveel mensen op een bijeenkomst voor publieksvrijwilligers gekomen.
Marc en Marlène stelden zich persoonlijk aan iedereen voor en Marc startte een zeer bevlogen en enthousiaste presentatie over hun onderzoek, hun overwegingen en het resultaat. Hij is opgegroeid in Bemmel en fietsend naar het Canisiuscollege had hij al vaak de fabriek van Alewijnse gezien. De opdracht van de gemeente Nijmegen om een museum vorm te geven dat zichtbaar werd na de afbraak van de fabriek in 1987, was extra bijzonder.
Door het samengaan van het Natuurmuseum en de Stratemakerstoren werd dit een nieuwe start met veel nieuwe eisen. Echt een uitdaging op deze unieke locatie aan de Waal! Een voorbeeld hiervan is dat het volgens Marc en Marlène echt niet zo kon zijn dat de ingang van het nieuwe museum aan de voorzijde van de toren zou komen. Door het perceel onder het transformatorhuisje erbij te betrekken (en iedereen daarvan te overtuigen) kon daar het entreegebouw gerealiseerd worden.
Na de presentatie gaf Marc een zeer enthousiaste rondleiding door het gebouw. Marlène liep achteraan en vertelde in klein comité bijzonder interessante weetjes. Beiden benadrukten dat er nog veel onbekend is, maar dat dit ruimte geeft voor verhalen en interpretaties.
Enkele weetjes van Marc en Maréne:
- In het Amfitheater is de enige nog onbewerkte oorspronkelijk muur in De Bastei te zien. Alle andere muren zijn in stenen en/of metselwerk vroeger of later gerestaureerd of opnieuw opgebouwd, op welke manier dan ook.
- De doorgang van het Amfitheater naar de Kanonsgang was oorspronkelijk een schietgat. De boog boven de doorgang is zoals de ronding in het schietgat aanwezig was.
- In De Bastei is bovenop het restaurant een opbouw gemaakt voor alle technische zaken. Deze ‘technische doos’ heeft de vorm van een huis gekregen.
- De architecten stellen dat de Romeinse funderingstenen in het Knooppunt 2000 Jaar Geschiedenis (de archeologische tuin) naar hun idee waarschijnlijk pas in de middeleeuwen neergelegd zijn op deze plek.
- De vloer in de archeologie tuin is gelegd met kleine stukken baksteen. De stenen zijn op dit kleine formaat gehakt zodat ze veel gemakkelijker met het verloop van de vloer mee gelegd konden worden. Je ziet twee kleuren, de lichtgele steentjes geven het verloop van een Romeinse muur aan.
- In de architectuur is steeds gezocht naar materialen die een verbinding aangeven in de tijd of met de natuur en de rivier: ruwe bakstenen, roestig staal, beton gegoten met het aanzicht alsof het houten balken zijn, smalle houten planken gebruikt in de vloeren, vloeren van bakstenen.
- In de Oergrond zie je een rond stuk glas in een buis. Deze buis is afgesloten met de bodem van een weckpot die Marlène thuis in de kelder vond en die precies in de opening paste.
Ze hebben nog veel meer verteld, maar dat is te lang voor de Binnenwacht. Gertruud zal het verhaal uitwerken voor de publieksvrijwilligers. Na afloop volgde nog een ontmoeting tussen de architecten en Odette en ontstond het idee van een optreden van Marc in het Basteicafé met dit verhaal.
Al met al was het een zeer geslaagde en inspirerende bijeenkomst met mogelijk een spin-off.
Pieter Thissen & Gertruud Cobben