2000 jaar geschiedenis aan de Waal

Museum De Bastei ligt op een unieke plek in Nijmegen: aan de voet van de Valkhofheuvel, direct aan de rivier de Waal. Hier komen landschap, stad en geschiedenis samen. Wie Museum De Bastei bezoekt, loopt letterlijk door tweeduizend jaar bouw- en bewoningsgeschiedenis. Wat nu een museum is, was ooit haven, toegangspoort, stadsmuur, vestingwerk, fabriek en uiteindelijk een plek waar het verleden opnieuw zichtbaar werd gemaakt.

Romeinen aan de Waal: muur en poort

Al in de Romeinse tijd speelde deze plek een belangrijke rol. Boven op de Valkhofheuvel lag een groot Romeins fort, een castellum, dat de Rijngrens bewaakte. De Waal was daarbij onmisbaar: via de rivier kwamen goederen, soldaten en voorraden aan.

Om het fort te beschermen tegen aanvallen vanaf de rivier bouwden de Romeinen aan de voet van de heuvel een zware muur. Deze muur was niet alleen bedoeld voor verdediging, maar ook om te voorkomen dat de heuvel zou verzakken. In de muur bevond zich een bijzondere dubbele poort, die de steile weg van de Waal naar het fort afsloot. Deze poort werkte als een val: vijanden die hier binnendrongen, konden van alle kanten worden bestookt.

De resten van de laat-Romeinse muur vormen het oudste zichtbare onderdeel van Museum De Bastei en zijn UNESCO werelderfgoed. 

Impressie van de versterkte stad in de laat-Romeinse tijd door Mikko Krieken.

Vroege middeleeuwen: handel, keizers en Vikingen

Na het vertrek van de Romeinen bleef de plek belangrijk. In de vroege middeleeuwen ontstond langs de Waalkade een kleine handelsnederzetting met een haven. De verbinding tussen rivier en heuvel bleef in gebruik.

In de 8e eeuw kreeg Nijmegen zelfs een koninklijke functie. Karel de Grote liet op de Valkhofheuvel een palts bouwen: een paleis waar hij en zijn opvolgers regelmatig verbleven. De haven bij De Bastei was essentieel voor dit hofleven. Goederen, bouwmateriaal en bezoekers kwamen hier per schip aan.

Die rijkdom trok ook vijanden aan. In de 9e eeuw vielen Vikingen Nijmegen aan. De palts en de nederzetting aan de Waal werden deels platgebrand. Archeologen vonden langs de Waalkade brandlagen die mogelijk aan deze aanvallen herinneren.

Middeleeuwse stad: muren, torens en huizen

Vanaf de 13e en 14e eeuw groeide Nijmegen uit tot een ommuurde stad. De nederzetting aan de Waal werd opgenomen binnen de stadsmuren. In deze periode werd ook de indrukwekkende Werner van Hezetoren gebouwd, onderdeel van de stadsmuur en bedoeld om de rivierzijde te verdedigen. Delen van de stadsmuur en de Werner van Hezetoren zijn te zien in het museum.

Langs de Lindenbergweg, de steile route tussen de Waal en de heuvel, verschenen grote stenen huizen. Dit waren geen eenvoudige woningen, maar ruime huizen van welgestelde families. De archeologische resten van kelders en haarden die je in het museum kunt bekijken, laten zien dat hier mensen woonden die nauw verbonden waren met het bestuur en de verdediging van de stad.

16e eeuw: de bouw van de bastei

In de 16e eeuw veranderde oorlogvoering door de komst van zware kanonnen. Middeleeuwse muren boden onvoldoende bescherming. Nijmegen besloot daarom haar verdediging te moderniseren.

Tussen 1538 en 1543 werd aan de Waal een grote bastei gebouwd: een massief verdedigingswerk speciaal ontworpen voor geschut. Voor de bouw werden delen van de oude stadsmuur en de Werner van Hezetoren gesloopt en hergebruikt.

De bastei – later ook wel Stratemakerstoren genoemd – was gericht op de Waal, de kwetsbaarste zijde van de stad. Binnenin bevonden zich kazematten en een overdekte kanonsgang, waar soldaten veilig konden opereren. De dikke muren, gemaakt van een combinatie van natuursteen, baksteen en mergel, moesten bestand zijn tegen kanonvuur en hoogwater.

Bezoekers in de kanonsgang

Afbraak en vergetelheid

Aan het einde van de 18e eeuw verloor de bastei haar militaire functie. In 1798 werd een groot deel van het bouwwerk gesloopt. De ronde voorkant werd recht gemaakt en diende als fundering voor huizen en pakhuizen aan de Waalkade. De kanonsgang veranderde in een kelder.

Zo verdween de bastei langzaam uit het zicht en uit het geheugen van de stad.

Zicht op de Waalkade anno 1860, Kees Moerbeek
Impressie van de Waalkade door Kees Moerbeek.

Industrie bovenop het verleden

Rond 1900 vestigde zich elektrotechnisch bedrijf Alewijnse op deze plek. Fabriekshallen werden gebouwd over en in de resten van de bastei. Bijna tachtig jaar lang was het historische bouwwerk volledig verborgen onder industriële bebouwing.

Opmerkelijk genoeg zorgde deze fase er juist voor dat delen van de bastei bewaard bleven: ze werden simpelweg ingesloten in latere gebouwen.

Opgravingen en museum

Na het vertrek van Alewijnse in 1980 werden de fabriekspanden gesloopt. Daarbij kwamen de resten van de bastei en oudere bouwlagen weer tevoorschijn. Archeologisch onderzoek volgde en Stratemakerstoren werd weer zichtbaar. De kanonsgang en kazematten werden opengesteld voor het publiek. 

In voorbereiding op de nieuwbouw van Museum De Bastei werd in het najaar van 2015 archeologisch onderzoek gedaan achter de Stratemakerstoren. Daarbij kwamen onverwacht belangrijke muur resten uit 2.000 jaar historie van de stad naar boven. Het werk werd stilgelegd om de bouwplannen voor het nieuwe museum aan te passen en de vondsten te integreren in het museum. Museum De Bastei, geopend in 2018, is het museum letterlijk om de geschiedenis heen ontworpen door Van Roosmalen van Gessel Architecten. Moderne pilaren dragen het gebouw, terwijl Romeinse muren, middeleeuwse kelders en 16e-eeuwse vestingwerken zichtbaar blijven. Zo wandel je in het museum door tweeduizend jaar geschiedenis, op precies de plek waar die geschiedenis zich heeft afgespeeld.

Museum De Bastei laat zien hoe Nijmegen zich door de eeuwen heen steeds opnieuw aanpaste aan landschap, macht en tijd, en hoe al die lagen vandaag samenkomen op één bijzondere plek.