Een bijzondere veldles

Talita Koemi is een school voor zeer moeilijk lerende kinderen. De naam van de school verwijst naar het bijbelverhaal waarin Jezus het dochtertje van Jaïrus met de Hebreeuwse woorden ´talita koemi´ uit de dood tot leven wekt (‘meisje, sta op’). Met een groepje kinderen van deze school de Stadswaard in trekken, is een bijzondere ervaring. ‘Sporen en schatten’ heet de veldles, waarin we de kinderen dichter bij de natuur willen brengen door te zoeken naar sporen van dieren en mooie dingen die in de natuur voor het oprapen liggen.

Ze stonden ons al op te wachten bij de wandelbrug Ooijpoort, oftewel de Wiebelbrug. Die was voor sommigen een serieuze barrière, want het voelde allerminst veilig op die deinende boog. Ze klampten zich aan elkaar vast, maar toen ze weer vaste voet aan de grond hadden en vrijuit durfden rond te kijken, riep een meisje: ‘Oh, wat mooi!’ Een ander meisje vond het spannend over de kleuren van bloemen te praten. Kon ze de kleuren wel goed benoemen? Maar enthousiast werd ze als ze na diep nadenken de juiste kleur had vermeld. 

De kinderen bleken hier nog nooit geweest te zijn, hoewel een van de jongens naar de Waalkade wees. Ja, de kermis, die was toch daar? Een andere jongen was enthousiast omdat hij de zee voor zich zag, toch niet zo gek, de Waal is immers een machtige rivier. Het liefst hadden ze hun schoenen uitgetrokken om in het water te waden, maar dat gingen we niet doen. Stenen in het water gooien, eindeloos, dat was ook leuk.

De plek die we als eerste bekeken, bleek rijk aan sporen in het losse zand van het Waalstrand. Het waren vooral schoenafdrukken en veel hondenpoten. Toen we een kleinere afdruk zagen en probeerden te achterhalen welk dier deze had gemaakt, opperde een van de kinderen: een kleine hond. Logisch toch. Maar we vonden ook vogelsporen, zelfs een van een zeer grote vogel. Een reiger, dachten we, maar geen van de kinderen wist wat ze zich bij een reiger moesten voorstellen. Later, toen we de brug over het Zeumke overstaken, zagen we er gelukkig een staan en weer wat later stonden er zelfs twee in de bijna drooggevallen bedding. Bij een flinke kuil dacht een jongen aan de pootafdruk van een dinosaurus. Een konijnenhol was een bekend verschijnsel en had je daar nou een holletje van een woelmuis? Aangezien de juffrouw nog pas had voorgelezen uit Rupsje Nooitgenoeg waren de kinderen enthousiast over de aangevreten bladeren die we vonden.

Wij waren niet zo slim, maar het andere groepje keek bij sporen van vogelpoep op de grond omhoog of er een nest was. Triomfantelijk ontdekten ze een gat in de boom: een nest van een specht. Maar zij hadden dan ook naast Veronie expert Jan-Willem als begeleider. Hij wees hun ook op een gaatje in de buis van een smeerwortelbloem, gemaakt door een dikke hommel die zo gezorgd had dat hij bij de nectar helemaal achterin kon komen. Ze hadden alles over nectar en honing gehad in een eerdere les, dus ze wisten waarover het ging en vonden de hommel een slimmerik.

IJverig vergeleken ze de gevonden sporen met die op de sporenkaarten. Was dit nou een keuteltje van een konijn of van een haas? Een van de kinderen die kon lezen, las de tekst onder het plaatje hardop voor. Een hazenkeutel was de conclusie. Sporen van paarden en runderen waren er genoeg te zien, en te ruiken ook – iiieuw! – maar ze hoopten dat ze geen van beide zouden tegenkomen, want die dieren waren hartstikke eng. Aan de overkant van de Waal stond een Galloway, dat was dichtbij genoeg.

Een van de jongens had een goede vogelimitatie in huis. Bijna onmerkbaar floot hij, met zijn lippen schijnbaar op elkaar. Dat bracht ons op een dwaalspoor, toen we stil waren om naar de geluiden om ons heen te luisteren. Mieke haalde voor de grap haar smartphone tevoorschijn om zijn geluid te determineren. ‘Onbekende vogel’, oordeelde de vogel-app.

Op de terugweg gingen we schatten zoeken, schelpen, mooie stenen, bladeren, bloemen en takken met wilgenpluis. Ook vonden we op de Waaloever in het zand een vorkje van K3. Dat was dan wel geen natuurlijk voorwerp, maar vooruit, het blonk ons wel verleidelijk tegemoet. Van al deze schatten werd een natuurschilderij gemaakt op de grond, in een kader van takken en riet. Tevreden keken de leerlingen naar het resultaat. 

Het was een prachtige veldles, en zeker niet alleen dankzij het mooie weer.

Tekst: Jos Schoots
Foto's: Anke Jansen

Met dank aan Veronie