In gesprek met... Maria Martens
Op 1 januari 2021 nam Maria Martens de voorzittershamer van de Raad van Toezicht van De Bastei over van Wim Hompe. Maria Martens was vanaf het begin betrokken bij De Bastei als lid van het comité van aanbeveling. De Nijmeegse was tien jaar lid van het Europees Parlement, waar zij zich vooral bezighield met hoger onderwijs, zorg en ontwikkelingssamenwerking. Aansluitend diende zij twee termijnen in de Eerste Kamer, waar zij voorzitter was van de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Maria: 'Ik was al bij De Bastei betrokken in de tijd dat er helemaal nog geen museum bestond. Voor 1980 lagen de resten van de Stratemakerstoren nog volkomen verstopt onder en achter de fabriek van de firma Alewijnse, maar dat bedrijf zocht uitbreiding en verhuisde toen naar de Energieweg, waar het tot op de dag van vandaag gevestigd is. Kees Alewijnse was een van de mensen die een goede bestemming wilden zoeken voor wat er tevoorschijn kwam na afbraak van de fabriek, omdat wel duidelijk was dat deze ruïne historisch van grote waarde was. Hij vroeg mij om lid te worden van het Comité van Aanbeveling.
Als je op die manier je naam verbindt aan een initiatief, hoop je dat je daarmee bijdraagt aan het vertrouwen. Je geeft aan dat je vindt dat de onderneming deugt, zodat mogelijke geldschieters en andere partijen ermee in zee durven gaan. We kennen allemaal het vervolg van de geschiedenis: de Stratemakerstoren werd een klein museum en dit is later in combinatie met het Natuurmuseum uitgebouwd tot De Bastei.
Ik heb die ontwikkelingen met grote interesse gevolgd, aanvankelijk op afstand, omdat ik voor het CDA in het Europees Parlement zat, later als lid van de Eerste Kamer van meer dichtbij. Ik ben geboren in Doetinchem, maar heb gestudeerd in Nijmegen. Daardoor is Nijmegen toch mijn basis geworden en ben ik aan de stad gehecht geraakt. Toen ik gepensioneerd werd, kreeg ik meer tijd en wilde me ook meer inzetten voor de stad. Dus toen me onlangs gevraagd werd Wim Hompe als voorzitter van de Raad van Toezicht op te volgen, kwam dat voor mij precies op tijd.
Ik had bewondering voor de manier waarop het Natuurmuseum en de Stratemakerstoren samen zijn gekomen. Meestal zie je dat iedere club geneigd is om vooral voor zichzelf op te komen, maar het getuigt van durf en visie om samen verder te gaan.
De Bastei had kort voor mijn komst ervoor gekozen de Raad van Bestuur te vervangen door een Raad van Toezicht, om daarmee slagvaardiger te kunnen opereren. Een Raad van Bestuur heeft de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken. Dat betekent dat de directeur voor elk besluit de bekrachtiging van het bestuur nodig heeft. Een Raad van Toezicht staat veel meer op afstand. De directeur is nu zelf bestuurder en neemt zelfstandig besluiten. De Raad van Toezicht houdt daarbij de grote lijnen in de gaten, bijvoorbeeld welke strategische keuzes er worden gemaakt en of de plannen financieel haalbaar zijn.
De Raad van Toezicht is de werkgever en adviseur van de directeur. Om goed en deskundig advies te geven, is het handig als de leden op verschillende gebieden kennis van zaken hebben. Met de huidige samenstelling van de raad klopt dat helemaal. Het is een mooi team van zeven personen met een goede klik samen. Dat is ook belangrijk, want we doen dit werk allemaal als vrijwilliger. Afgezien van bijzondere gebeurtenissen of omstandigheden, zoals het afscheid van Wim Hompe, komen we vier of vijf keer per jaar samen.
Hoewel de Raad van Toezicht op afstand fungeert, is het belangrijk alle ins en outs van De Bastei te kennen, maar hoe groter je betrokkenheid bij het museum is, hoe groter de neiging is om op de stoel van de bestuurder te gaan zitten. Dat is wel een valkuil. Ik ben nog maar betrekkelijk kort voorzitter en doordat ik begon in coronatijd was het niet gemakkelijk om erin te komen. Door veel in het museum te zijn, krijg je feeling voor de zaken die er spelen, van groot tot klein. Dus van de relatie met de gemeente tot de boktor in een van de sparrenhouten kolommen in het gebouw.
Ik heb wel affiniteit met cultuurhistorie en wat de natuur betreft: ik herinner me nog goed dat ik in mijn studietijd stage liep in Kameroen. Toen later een vriendin uit dat land mij hier bezocht, was zij verbijsterd over het feit dat de straten van huis tot huis met steen bedekt waren. Geen sprietje gras!
Toen pas realiseerde ik me wat groen met een mens doet en wat de natuur voor ons betekent. Soms moet iets of iemand je de ogen openen.
Door mijn functie bij De Bastei heb ik ook oog gekregen voor samenwerkingsverbanden in Nijmegen. De gemeente wil van het Valkhofpark en de omgeving een toeristische en culturele hotspot maken, het Valkhofkwartier. Ik juich dat toe. Je kunt het vergelijken met een meubelboulevard. Elke meubelzaak kan apart opereren en alle andere zaken als concurrenten zien, maar vaak levert het bundelen van de krachten een win-winsituatie op. In plaats van angst die ertoe leidt dat je je territorium krampachtig verdedigt, heb je creativiteit nodig en een open geest om samen dingen tot stand te brengen. De Bastei zelf is daar een mooi voorbeeld van, maar we kunnen de samenwerking nog uitbreiden. Misschien is het daarom jammer dat Museum Het Valkhof voor lange tijd gesloten wordt, maar misschien is het ook een voordeel, omdat dit mogelijkheden biedt voor reflectie en het zou mooi zijn als dat leidt tot een grotere synergie tussen Het Valkhof en De Bastei.
We werken inmiddels ook samen met de Radboud Universiteit. De Bastei fungeert sinds 2020 als 'proxy institute' voor onderzoekers. In het algemeen kan een wetenschapper niet zomaar museumstukken van elders lenen, maar via De Bastei kan dat wel. Zo kunnen bijvoorbeeld stukken uit Leiden naar Nijmegen komen, zodat iemand ze hier kan bestuderen.
Het zou mooi zijn als De Bastei door de gemeente erkend zou worden als onderdeel van de culturele Basisinfrastructuur(BIS). Je kunt dat vergelijken met de 'systeembanken' in de bankenwereld. Dat zijn belangrijke banken die absoluut niet mogen omvallen, omdat dit ons land te grote schade zou toebrengen. Zo zijn er ook culturele instellingen aangewezen, die tot elke prijs behouden moeten blijven, omdat ze te waardevol zijn om te verdwijnen. De Bastei hoort daar vooralsnog niet bij, maar we doen ons uiterste best op die lijst te komen.
Als je ziet dat De Bastei in een normaal jaar circa 50.000 bezoekers trekt - dat komt toch aardig in de buurt van de 70.000 van Het Valkhof - dan zou de gemeente als subsidiegever wel wat meer haar best mogen doen. Met het huidige budget doen we echt het maximale en dat is al heel veel, maar als we organisatorisch meer armslag zouden krijgen, meer financiën en dus ook meer personeel, dan zou er nog veel meer mogelijk zijn. Ik wil daar graag over meedenken.
Tekst: Jos Schoots | Foto's: Rob Alving
Interview: 10 september 2021