More

'Kijk hoe fraai dat rood van Jan-Willems trui contrasteert met het zwart-wit van die figuren', zegt Elly. Na een korte uiteenzetting over het begrip realisme door Iris Maalderink zijn we uitgewaaierd over de tentoonstellingsruimten van museum MORE (MOdern REalisme) in Gorssel. Daar is de tijdelijke tentoonstelling 'Size matters' gewijd aan de kunst van het tekenen op papier, niet op de gebruikelijke papierformaten, maar op enorme vellen die hele wanden bedekken. Jan-Willem staat temidden van een groep levensgrote figuren, in houtskool getekend door Aymeraude du Couëdic. Kun je de opmerking van Elly zien als een bewijs dat je in musea anders, misschien wel beter leert kijken?

De inleiding waarmee we begonnen helpt ons ook bij dat beter kijken. Maarten is enthousiast: 'Door zo’n verhaal heb je meteen een connectie met de kunstwerken die je ziet.' Pieter is het daarmee eens. Hij betrekt het ook op onze eigen situatie. 'Het onderstreept het belang van een goede inleiding zoals wij die aan bezoekers van De Bastei geven.'

Indrukwekkend zijn de enorme tekeningen, zoals de moderne versie van Michelangelo's David door Kepa Garazza, intimiderend met zijn honkbalknuppel in de hand. Eric wil graag op de foto met een metershoog werk, getekend op ragfijn kaasdoek. Zo krijgt het portret van Eric (ten voeten uit) zeker een meerwaarde tegen de achtergrond van het doorschijnende zelfportret van Lise Sore.

We dwalen ook door de zalen met de eigen collectie van het museum, waarvan de basis gevormd wordt door vooroorlogse Nederlandse realisten, meestal 'magisch realisten' genoemd, hoewel een belangrijke schilder van die stroming, Carel Willink, een hekel had aan de term. Die collectie is ruimschoots aangevuld  met moderner werk. Ook bij die werken valt vaak het grote formaat op, bijvoorbeeld bij de heel veel meer dan levensgrote portretten door Katinka Lampe, Sidi el Karchi en Annemarie Busschers. Ignace maakt me attent op een schilderij van mijn vriend Kenne Grégoire, een groot stilleven met bloemen dat vlak voor de uitgang hangt. Enthousiast troon ik iedereen die zich in de omgeving bevindt mee ernaartoe en sta ik op te scheppen over mijn vriend. Ik hoop maar dat iets van zijn museale belang op mij afstraalt.

We zijn met de bus naar Gorssel gekomen voor ons museumuitje en dat blijkt perfect georganiseerd door Jan Brok. We gebruiken de lunch in Deventer, op een bijzondere plek. Hier heeft ooit de Latijnse school gestaan waar Erasmus zijn opleiding kreeg. 'Non scholae sed vitae discimus' staat in gouden letters boven de ingang (niet voor de school, maar voor het leven leren wij). Nu is er ontbijtrestaurant 'Betti' gevestigd dat behoort bij hotel 'In ’t huis van'. Het is blijkbaar een Deventer gewoonte om niet te vermelden van wie of wat, want later, in de Bergkerk tref ik een expositie aan met de titel 'De staat van'. Maar dan zijn  we al halverwege de stadswandeling 's middags. Tijdens de lunch ontdekken we in de binnentuin een beeld van het kunstenaarsduo dat zich 'Spacecowboys' noemt. Waar heb ik die naam toch eerder gehoord? Ach natuurlijk, zij zijn ook de makers van de 'Waterwolf en de aquanaut' op de Waalkade.

Voor de stadswandeling vormen we twee groepjes. Net als bij ons is er voor de rondleiders hier een limiet aan de grootte van de groepen. De gidsen staan ons buiten op te wachten, een man en een vrouw. Ik kies voor de vrouw omdat die in de zon staat. Dat is een goede keuze, want ondanks het vriendelijke, door iedereen als pure mazzel bejubelde weer, is het toch aardig fris. Zij maant ons dicht bij haar te komen staan om zo haar stem te kunnen sparen. We staan op het Grote Kerkhof, een plein aan de voet van de imposante Lebuïnuskerk. Er zijn veel fraaie historische gebouwen en daartussen het nieuwe stadhuis, overdadig gedecoreerd met talloze in aluminium gegoten afbeeldingen. Die stellen de vingerafdrukken voor van stadsbewoners. Het lijkt wel of ze met PUR-schuim in de lijsten op de gevel zijn gespoten. Ook dat is kunst.

De stadswandeling voert ons door pittoreske straten naar de Bergkerk. Daar blijf ik achter. Er zijn tentoonstellingsruimten ingericht en mijn kunsthonger is nog niet gestild. Als ik de kerk verlaat, stuit ik op de groep met de andere stadsgids. Ik sluit me bij hen aan en kan zo mooi de verschillende stijlen van rondleiden met elkaar vergelijken. 

Ik krijg nog mee dat Deventer koek eigenlijk brood is, van oorsprong zelfs het brood van de armen. Van roggemeel met water kon zonder dure toevoegingen brood gebakken worden. Later voegde men voor de smaak stukjes sinaasappelschil en kruiden toe. Et voilà. Maarten: 'De rondleiding liet mij op een heel andere manier naar de stad kijken dan ik gewend ben.'

Aan het alternatief voor de rondleiding, een speurtocht door de stad, heb ik uiteraard niet meegedaan, maar ik heb uit uiterst betrouwbare bron vernomen, dat Jan-Willem veruit het fanatiekst was en dat Odette er maar zo'n beetje achteraan hobbelde. Toch was het niet Jan-Willem, maar Edith, die bij de Bergkerk het antwoord vond op de vraag 'Welke uitdrukking is hier niet van toepassing?' Nu zijn er vuistdikke boeken verschenen met Nederlandse uitdrukkingen, allemaal niet van toepassing, dus het was ook geen gemakkelijke vraag. In de gevel van de kerk is echter ooit een kanonskogel blijven steken en die zit er nog, dus het spreekwoord 'de kogel is door de kerk' is hier niet op zijn plaats.

Na de wandeling moet er voor het thuisfront natuurlijk nog Deventer koek worden ingeslagen en een bockbiertje gaat er ook nog wel in. De terugreis met de bus verloopt voorspoedig, maar als ik halverwege door de voorruit de weg op kijk, zie ik een fotorealistische file voor ons opdoemen. De rode halo's van de remlichten kleuren de donkere nevel van de avond. Maar we komen er wel.

Tekst: Jos Schoots
Foto's: Pieter Coenen, Elly Derks, Gertruud Cobben, Sascha Hilgen, Mieke Hydra, Jan-Willem Koolen, Diana Reintjes, Bert van Baalen, Roos van der Laan & Maarten van de Ven